Omschrijving
De kerk San Giovanni di Malta, naast het Palazzo della Prefettura in het centrum van Messina, is wat er over is van een grote kerk van de Maltezer ridders. Nu is het een klein schatkistje: hier liggen de relieken van de heilige Placidus, medepatroon van de stad, en er is een schatkamermuseum.
Van de oude driebeukige kerk liet de aardbeving van 1908 alleen het deel rond het hoofdaltaar over. In de kleine apsis zie je stucwerk uit het begin van de zeventiende eeuw, met beelden van de heilige Benedictus en de heilige martelaren Flavia, Eutychius en Victorinus.
Boven het altaar hangt het doek Madonna della Lettera met de heiligen Placidus en Rochus, in 1745 geschilderd als dank voor het einde van de pest. In een zijkapel ligt het graf van Francesco Maurolico, met een buste die wordt toegeschreven aan Rinaldo Bonanno.
Een monumentale trap leidt naar het Heiligdom van de Relieken van de Martelaren, gebouwd tussen 1616 en 1624: een ingelegde vloer, kisten met relieken en een plafond vol fresco’s. Op de binnenplaats staat het graf van een ridder uit 1715, met twee geketende gevangenen, een van wit en een van zwart marmer.
Het Schatkamermuseum van San Placido toont zilverwerk van enkele van de grootste zilversmeden van de zeventiende eeuw en zijden misgewaden, geborduurd met gouddraad en zilverdraad. Onder de kerk ontspringt bovendien het water van San Placido, dat als geneeskrachtig geldt en gratis wordt gegeven aan wie erom vraagt.
De geschiedenis van deze plek begint in 535, toen de heilige Benedictus de jonge monnik Placidus hierheen stuurde om het eerste benedictijnenklooster van Sicilië te stichten. Zes jaar later kwamen de piraten: Placidus weigerde zijn geloof af te zweren, zijn tong werd afgesneden en hij werd gedood, samen met zijn broers, zijn zus en een dertigtal monniken.
De relieken kwamen in 1588 weer tevoorschijn, tijdens de bouw van de nieuwe kerk. In een marmeren graf lagen verschillende lichamen met ampullen bloed, en dat van Placidus werd herkend aan een potje waarin zijn tong zat.
Meer dan zeven eeuwen lang, tot 1806, was de kerk de Siciliaanse zetel van de Ridders van Sint-Jan, later Maltezer ridders genoemd. Toen in 1908 werd besloten haar af te breken om plaats te maken voor de Prefectuur, wist de aartsbisschop het altaar en het heiligdom van de martelaren te redden. De huidige gevel is van Cesare Bazzani.
Van de oude driebeukige kerk liet de aardbeving van 1908 alleen het deel rond het hoofdaltaar over. In de kleine apsis zie je stucwerk uit het begin van de zeventiende eeuw, met beelden van de heilige Benedictus en de heilige martelaren Flavia, Eutychius en Victorinus.
Boven het altaar hangt het doek Madonna della Lettera met de heiligen Placidus en Rochus, in 1745 geschilderd als dank voor het einde van de pest. In een zijkapel ligt het graf van Francesco Maurolico, met een buste die wordt toegeschreven aan Rinaldo Bonanno.
Een monumentale trap leidt naar het Heiligdom van de Relieken van de Martelaren, gebouwd tussen 1616 en 1624: een ingelegde vloer, kisten met relieken en een plafond vol fresco’s. Op de binnenplaats staat het graf van een ridder uit 1715, met twee geketende gevangenen, een van wit en een van zwart marmer.
Het Schatkamermuseum van San Placido toont zilverwerk van enkele van de grootste zilversmeden van de zeventiende eeuw en zijden misgewaden, geborduurd met gouddraad en zilverdraad. Onder de kerk ontspringt bovendien het water van San Placido, dat als geneeskrachtig geldt en gratis wordt gegeven aan wie erom vraagt.
De geschiedenis van deze plek begint in 535, toen de heilige Benedictus de jonge monnik Placidus hierheen stuurde om het eerste benedictijnenklooster van Sicilië te stichten. Zes jaar later kwamen de piraten: Placidus weigerde zijn geloof af te zweren, zijn tong werd afgesneden en hij werd gedood, samen met zijn broers, zijn zus en een dertigtal monniken.
De relieken kwamen in 1588 weer tevoorschijn, tijdens de bouw van de nieuwe kerk. In een marmeren graf lagen verschillende lichamen met ampullen bloed, en dat van Placidus werd herkend aan een potje waarin zijn tong zat.
Meer dan zeven eeuwen lang, tot 1806, was de kerk de Siciliaanse zetel van de Ridders van Sint-Jan, later Maltezer ridders genoemd. Toen in 1908 werd besloten haar af te breken om plaats te maken voor de Prefectuur, wist de aartsbisschop het altaar en het heiligdom van de martelaren te redden. De huidige gevel is van Cesare Bazzani.