Omschrijving
Palazzo Zanca is het stadhuis van Messina, een groot neoclassicistisch paleis van zo'n 12.000 vierkante meter tussen de Piazza Unione Europea en de Corso Cavour. Onder de kantoren bewaart het, in het Antiquarium, de resten van de Romeinse en middeleeuwse stad.
Het paleis is genoemd naar de Palermitaanse architect Antonio Zanca, die het tussen 1914 en 1924 bouwde. Het oude stadhuis, dat in de Palazzata stond, de lange rij paleizen aan de haven, was bij de aardbeving van 1908 verwoest.
De gevel staat vol symbolen van de stad. In het timpaan troont de Regina del Peloro met de drietand, tussen twee liggende sirenen: een allegorie van het Messina van handel en scheepvaart.
Aan de kant van de Via San Camillo tonen twee reliëfs Dina en Clarenza, de heldinnen die volgens de overlevering de muren verdedigden tijdens de oorlog van de Siciliaanse Vespers. Aan de andere kant, voor de ingang met zuilengang aan de Via Consolato del Mare, staat de Fontana Senatoria uit 1619.
Op de bel-etage, in de Sala della Giunta, hangt het zeventiende-eeuwse Laatste Avondmaal van Alonso Rodriguez, geschilderd voor een kerk die niet meer bestaat. Midden op de grote trap staat een bronzen buste van Antonello da Messina, en verschillende zalen hebben fresco's van Adolfo Romano en Daniele Schmidt.
Het Antiquarium ontstond bij toeval. In 1976 kwamen bij graafwerk voor nieuwe gemeentekantoren de resten tevoorschijn van een groot complex uit de Romeinse keizertijd, uit de eerste en tweede eeuw na Christus.
Daarboven lagen, laag op laag, de huizen van een middeleeuwse wijk, bewoond tussen de twaalfde en de vijftiende eeuw langs twee straatjes die elkaar kruisten, de via en de vico della Neve. De opgravingen, hoewel beschadigd, werden gered en zijn sinds 2009 te bezoeken.
In de vitrines liggen de voorwerpen uit de opgravingen, waaronder dierenresten die vertellen wat de bewoners aten. In het paleis zijn ook stukken muur uit de Griekse tijd bewaard.
Het paleis heeft ook de grote geschiedenis gezien. In 1955 vond hier de Conferentie van Messina plaats, waar de ministers van zes landen de basis legden voor de huidige Europese Unie. Onder hen was Gaetano Martino uit Messina.
Op het toegangshek staat “Gran Mirci”, dat wil zeggen “hartelijk dank”. Volgens een legende met weinig historische grond was het de dank van de Oost-Romeinse keizer Arcadius aan de schepen uit Messina die hem in 407 te hulp kwamen.
Het paleis is genoemd naar de Palermitaanse architect Antonio Zanca, die het tussen 1914 en 1924 bouwde. Het oude stadhuis, dat in de Palazzata stond, de lange rij paleizen aan de haven, was bij de aardbeving van 1908 verwoest.
De gevel staat vol symbolen van de stad. In het timpaan troont de Regina del Peloro met de drietand, tussen twee liggende sirenen: een allegorie van het Messina van handel en scheepvaart.
Aan de kant van de Via San Camillo tonen twee reliëfs Dina en Clarenza, de heldinnen die volgens de overlevering de muren verdedigden tijdens de oorlog van de Siciliaanse Vespers. Aan de andere kant, voor de ingang met zuilengang aan de Via Consolato del Mare, staat de Fontana Senatoria uit 1619.
Op de bel-etage, in de Sala della Giunta, hangt het zeventiende-eeuwse Laatste Avondmaal van Alonso Rodriguez, geschilderd voor een kerk die niet meer bestaat. Midden op de grote trap staat een bronzen buste van Antonello da Messina, en verschillende zalen hebben fresco's van Adolfo Romano en Daniele Schmidt.
Het Antiquarium ontstond bij toeval. In 1976 kwamen bij graafwerk voor nieuwe gemeentekantoren de resten tevoorschijn van een groot complex uit de Romeinse keizertijd, uit de eerste en tweede eeuw na Christus.
Daarboven lagen, laag op laag, de huizen van een middeleeuwse wijk, bewoond tussen de twaalfde en de vijftiende eeuw langs twee straatjes die elkaar kruisten, de via en de vico della Neve. De opgravingen, hoewel beschadigd, werden gered en zijn sinds 2009 te bezoeken.
In de vitrines liggen de voorwerpen uit de opgravingen, waaronder dierenresten die vertellen wat de bewoners aten. In het paleis zijn ook stukken muur uit de Griekse tijd bewaard.
Het paleis heeft ook de grote geschiedenis gezien. In 1955 vond hier de Conferentie van Messina plaats, waar de ministers van zes landen de basis legden voor de huidige Europese Unie. Onder hen was Gaetano Martino uit Messina.
Op het toegangshek staat “Gran Mirci”, dat wil zeggen “hartelijk dank”. Volgens een legende met weinig historische grond was het de dank van de Oost-Romeinse keizer Arcadius aan de schepen uit Messina die hem in 407 te hulp kwamen.